Mijn verhaal!
Naam: Cindy van Dijk.
Leeftijd: 21 jaar.
Beroep: 3e jaars studente aan de PABO Thomas More.

1. Komt dyslexie nog bij iemand anders in jouw familie voor?
Bij mij kun je heel duidelijk zien dat Dyslexie erfelijk is.
In mijn vaders kant van de familie zijn veel mensen Dyslectisch namelijk:
- De oma van mijn vader: kon niet lezen en schrijven, moest voorgelezen worden.
- Mijn tante, (zus van m’n vader).
- Mijn vader, vermoedelijk: Hij leest erg traag, vooral als hij moet voorlezen. Hij is heel technisch en creatief met zijn handen.
- Mijn 2 xbd jaar oudere zus: Zij leest niet bijzonder traag maar had vroeger veel moeite met spelling, vreemde talen enz. Op school was ze ook met meerdere vakken best traag. Ze is heel technisch en creatief!
2. Wanneer werd dyslexie bij jou ontdekt? En hoe?
Ik was eigenlijk altijd een gewone leerling, en kwam goed mee in groep 3 en 4.
Nou ja zo leek het: het lezen wilde bij mij al moeilijk op gang komen.
Maar de leerkrachten van groep 3 en 4 zeiden dat dat allemaal wel goed zou komen.
In groep 5 was mijn moeder leesmoeder en het viel erg op dat die kinderen uit mijn klas allemaal heel anders lazen dan ik, veel sneller.
Mijn moeder is heel veel naar school geweest om te vragen of er niet iets aan gedaan kan worden.
In groep 6 werd er eigenlijk wat aan mijn leesachterstand gedaan en ze hadden het vermoeden dat ik inderdaad dyslectisch was.
Ik kreeg als huiswerk, rijtjes en verhaaltjes lezen en moest dat aftekenen op een kaart.
Ook moest ik edukinesiologie oefeningen doen, dat was zei men, om de twee hersenhelften te stimuleren en beter te laten samenwerken. (meer over edukinesiologie staat in hoofdstuk 8 van deze web- log beschreven).
Ik moest thuis en op school luie achtjes draaien en de kruisloop doen.
Toen ging ik verhuizen en ik moest in groep 7 naar een andere school.
Op die school wilde ze mij in eerste instantie niet in groep 7 plaatsen omdat ik met lezen ongeveer in AVI niveau 3 of 4 zat.
Mijn moeder is toen in gesprek gegaan met de directeur van die school en die is zelf ook dyslectisch.
Toen is de afspraak gemaakt dat ze het zouden aankijken en als het niet lukte zou ik voor de kerst nog terug gezet worden naar groep 6.
Die directeur had toen tegen mij gezegd: “dyslexie hoeft helemaal geen probleem te zijn hoor, kijk maar naar deze meester, die is nu directeur van de grootste basisschool van Nederland.”
Toen we bij het gesprek vandaan kwamen had ik tegen mijn moeder gezegd: “Als die man directeur kan worden, kan ik ook juf worden!”
Op die basisschool ging het heel erg goed.
In groep 7 werd ik geobserveerd en werden er testjes met me afgenomen door mensen van de onderwijsbegeleidingsdienst.
Toen alles goed bleek te gaan kon ik gewoon blijven in groep 7.
Met rekenen was ik zelfs zo goed dat de leerkracht zei dat ik beter kon rekenen dan hem.
Ik ben daar in twee jaar ook zoveel geholpen, eind groep 8 had ik AVi niveau 8 bereikt.
Ik ben voor het advies van de middelbare school nog officieel getest op dyslexie, en daar kwam uit wat we eigenlijk al wisten.
Maar met een dyslexie verklaring en advies HAVO kon ik mooi naar de middelbare school.
3. Ervaringen op de basisschool.
Gelukkig heb ik niet zoveel nare ervaringen.
Het voorlezen voor de klas maakte me heel erg onzeker.
Ik had echt het gevoel dat ik wel door de grond kon zakken.
Ook het lezen in AVI groepen was in groep 8 een ramp omdat ik als enige van de klas nog niet AVI uit was en ik zat bij allemaal jongere kinderen.
Ze hadden de oudste al bij elkaar gezet en dan nog zat ik bij een jongetje uit groep 6 en de rest uit groep 5. Vreselijk!!
Ik haatte lezen, uit de klas gehaald worden, overal langzaam in zijn en het anders zijn dan anderen.
4. Werd er op de basisschool wat gedaan aan jouw dyslexie?
Hierboven beschreven.
5. Ervaringen op de middelbare school.
De middelbare school waar ik heen zou gaan had mooie beloften, maar niks daarvan was waar.
Er is niets gedaan aan mijn dyslexie en ik kreeg soms zelfs geen extra tijd, want niet alle leerkrachten waren er goed van op de hoogte.
Toetsen kreeg ik vaak niet af en dat ging dan van mijn cijfer af.
Ik had nog steeds een hekel aan lezen voor de klas en al helemaal als je van de leerkracht even de tijd kreeg om iets te lezen wat we daarna zouden bespreken.
Ik was dan pas op de helft en dan gingen we het erover hebben, dus ik werd een ster in alles globaal lezen en een idee krijgen waar het over gaat.
Ook mijn talen waren een ramp, allemaal onvoldoendes.
Ik wist al dat ik lerares wilde worden en had helemaal geen zin in de tweede fase enzo, toen heb ik besloten om met het overgangsbewijs van de 3e naar de 4e van de havo, naar het MBO te gaan.
Daar volgde ik met gemak de opleiding Onderwijsassistent waar ik veel meer in de praktijk bezig was.
6. Werd er op de middelbare school wat gedaan aan jouw dyslexie?
Nee.
7. Hoe ervaar je je probleem nu in het algemeen en op de PABO?
Nu heb ik vele manieren voor mezelf gevonden om met mijn dyslexie te leven en eigenlijk heb ik er daardoor niet meer zo heel veel last van.
Op de PABO moeten we wel erg veel lezen en leren.
Het voordeel is dat ik nu ook zoveel zelf kennis heb en de voordelen van dyslexie gebruik om de nadelen te compenseren.
Leren doe ik bijvoorbeeld door het boek door te lezen en tegelijkertijd aantekeningen te maken.
Ik ben heel visueel ingesteld en ik zie dus tijdens tentamens die aantekeningen letterlijk voor me, ik weet soms zelfs op welke blz. het antwoord stond.
Ook met woorden heb ik vaak dat ik het een keer heb gezien en zo voor me kan halen hoe ik het moet schrijven.
Verder type ik best langzaam omdat het me niet lukt om blind te typen en met meerdere vingers dan met twee.
In de eerste haalde ik rekenen eigenvaardigheid in een keer zonder te leren, maar de tafels bijvoorbeeld zijn bij mij nog steeds niet geautomatiseerd, ik ken ze wel allemaal hoor!!
Met Nederlands had ik meer moeite, maar heb ik na hard leren toch gehaald met een 8.3!!
8. Denk jij dat je een goede leerkracht kun zijn, ondanks het feit dat je dyslectisch bent?
Ja, Ik denk dat ik juist op het gebied van dyslexie er voordeel bij heb, dat ik die kinderen als leerkracht beter kan begrijpen.
Ook herken ik de problemen eerder, en zal ik altijd proberen om te kijken naar de positieve kant van het kind en die te gebruiken.