geselecteerd als gefixeerd bericht

Hallo allemaal!
Welkom op het web- log over dyslexie!

Ik ben een 3ejaars studente van de PABO Thomas More in Rotterdam.
Vanuit het project op de PABO, Weer Samen Naar School (WSNS), kreeg ik de opdracht om een web- log aan te maken over een zelfgekozen onderwerp binnen WSNS.

Mijn keuze voor het onderwerp Dyslexie was snel gemaakt.
Ik ben namelijk zelf dyslectisch en ik wil de mensen laten weten wat dyslexie voor mij betekent, en welke problemen er bij mij bij kwamen/komen kijken.
Veel mensen denken ook bij voorbaat dat je dom bent omdat je dyslectisch bent, en ook die gedachten wil ik uit de wereld helpen.
Lang heb ik gedacht dat mensen met dyslexie allemaal dezelfde problemen hebben als ik.
Nu weet ik dat ook dyslexie gradaties kent en verschillende vormen.
Achter ieder dyslectisch kind schuilt een ander verhaal en andere ervaringen.

In deze web- log lees je naast een stukje theoretische informatie, ook de verhalen en ervaringen van dyslectische mensen zelf.
In de hoop dat wij als Dyslectici beter begrepen worden in de maatschappij!

Veel leesplezier!

Cindy

15 November 2006
By on 01:07
Reacties.

Hallo allemaal!
Hieronder kunnen jullie een reactie op deze weblog achterlaten.

alvast bedankt!!

Cindy

28 January 2006
By on 11:13
12. literatuur.

Literatuur:

-Braams, T, 1998, Kinderen met dyslexie, een gids voor ouders, 1e druk, Amsterdam.

-Hofmeester, N, 1988, Dyslexie, ook maar een woord: lees en schrijfproblemen vanuit de alfabetisering bekeken, 1e druk, Amsterdam.

24 January 2006
By on 18:01
07. Het verhaal van Liesbeth

Het verhaal van Liesbeth.
Naam: Liesbeth van der Meulen.
Leeftijd: 22 jaar.
Beroep: studente aan de PABO Thomas More.

1. Komt dyslexie nog bij iemand anders in jouw familie voor?
Ja, mijn vader is waarschijnlijk ook dyslectisch, maar is daar nooit op getest.

2. Wanneer werd dyslexie bij jou ontdekt? En hoe?
Op de basisschool kwam in groep 6 uit een test dat ik dyslectisch ben.
Toen heb ik ook een dyslexie verklaring gekregen.
Eerder werd ik al getest, maar toen kwam er alleen maar uit dat ik een spellingachterstand had.

3. Ervaringen op de basisschool.
Op de basisschool ben ik in groep 4 blijven zitten, op taal en rekenen.
Op het gebied van technisch lezen liep ik niet echt achter.
Ik was erg onzeker vooral op het gebied van taal en rekenen en had veel beverstiging van de leerkracht nodig.
Ik werd zelfs een beetje faalangstig.

4. Werd er op de basisschool wat gedaan aan jouw dyslexie?Ik werd veel uit de klas gehaald om extra oefeningen en dictees, op het gebied van spelling te doen, met een hulpmoeder.

5. Ervaringen op de middelbare school.
Op De middelbare school, kreeg ik ook nog eens die talen erbij.
Engels, Duits en Frans waren erg moeilijk voor mij om te leren.
Ik leerde de woordjes heel letterlijk, uit mijn hoofd, ik sprak ze op gehoor uit.
Zo was mijn uitspraak eigenlijk niet echt goed.
Ook typte en schreef ik heel erg langzaam.
Er was zelfs een keer een leerkracht die letterlijk tegen mij zei: “Je bent gehandicapt”.

6. Hoe ervaar je je probleem nu in het algemeen en op de PABO?
Nu merk ik heel erg dat mensen bevooroordeeld zijn, omdat ik dyslectisch ben.
Mensen weten gewoon niet hoeveel moeite alles voor mij kost.
Het automatiseren van tafels bijvoorbeeld lukt nog steeds niet, soms betrap ik mezelf erop dat ik nog op mijn vingers tel.
Nu op de PABO, wilde ik gewoon heel graag mezelf bewijzen, vooral op het gebied van rekenen en Nederlands voor de propedeuse.
Ik ben hierdoor wel echt een doorzetter geworden, ik geef niet zo snel op.
Ook heb ik voor mezelf handige manieren bedacht om met mijn dyslexie om te gaan en om te leren.
Ik ben eigenlijk echt meer een praktijk mens.

7. Denk jij dat je een goede leerkracht kun zijn, ondanks het feit dat je dyslectisch bent?Ik denk dat ik er alleen maar voordeel bij heb dat ik dyslectisch ben, zo kan ik dyslexie bij kinderen sneller signaleren.
Ook kan ik de kinderen beter begrijpen omdat ik weet hoe een kind zich voelt.
Begin dit schooljaar heeft een leerkracht op mijn stageschool letterlijk tegen mij gezegd:
“Een leerkracht met dyslexie kan niet voldoende functioneren”.


By on 16:56
11. conclusie.

Conclusie:
Dyslectische kinderen worden nog dagelijks bestempeld en bevooroordeeld door hun omgeving.
De omgeving vind vaak dat een kind dom is, niks kan, of zelfs dat een kind gehandicapt is.
Zulke uitspraken draagt een kind met dyslexie zijn hele leven bij zich.
Het is dus daardoor heel moeilijk voor dyslectische kinderen/mensen om met hun dyslexie te leren leven.
Terwijl een kind met dyslexie meestal juist een gemiddelde tot zeer hoge intelligentie kan hebben.
Een leerkracht heeft veel invloed op een kind en het is dus noodzakelijk dat de leerkracht het probleem van het kind herkend, accepteert, begrijpt en kleine extra maatregelen treft in de klas.
De leerkracht moet ook kijken naar de positieve kanten van het kind en die in te zetten bij de begeleiding.
Zo krijgt het kind een goed beeld van zijn sterke en zwakke kanten en kan het kind manieren vinden om met zijn dyslexie om te gaan.
Als het kind daartoe in staat is, kan een kind met dyslexie vaak nog best veel bereiken, en valt er goed mee te leven.


By on 15:14
08. Enkele behandelmethoden.

Enkele behandelmethoden.
Er zijn heel veel verschillende behandelmethoden voor dyslexie.
Dat komt voornamelijk door een diversiteit aan opvattingen ten aanzien van oorzaak en behandeling van dyslexie.
Ook zijn er veel verschillende vormen van dyslexie, wat ook weer leidt tot verschillen in de aanpak van de behandelmethode.
Enige soorten behandelmethoden zijn onder meer neurologische-, neuropsychologische-, senso-motorische-, taalpsychologische-, taalkundige- en diverse alternatieve behandelmethoden.
Het is momenteel niet te beoordelen welke van die behandelvisies wel of geen effect heeft.
Daarover is heel veel kritiek op elkaar en komen veel discussies naar voren.
Toch wil ik hieronder een aantal behandelmethoden beschrijven:

Edukinesiologie:
Ik wil hier eens uiteggen wat edukinesiologie is en wat het te maken heeft met dyslexie. De edukinesiologie is een behandelmethode tegen dyslexie die beweert dat bij dyslectische mensen de twee hersenhelften niet goed samenwerken.
In je hersens zijn een soort bruggetjes die de hersenhelften met elkaar kunnen laten samenwerken.
Bij dyslectische mensen is dat, volgens de theorie waar bij de edukinesiologie van uit wordt gegaan, niet het geval, waardoor er spelling-, schrijf-, lees-, en evenwichtsproblemen zijn.
Zij beweren dat dit op te lossen is met een aantal simpele oefeningen:
- luie achtjes draaien met je vinger op papier of in de lucht en met de ogen de beweging volgen (luie acht= liggende acht).

- De kruisloop, met de linkerhand de rechterknie aantikken en met de rechterhand de linker knie aantikken. zie fotos hieronder:

Als het een kind betreft waarbij de hersenhelften niet goed samenwerken, zul je zien dat hij/zij met die oefeningen veel moeite mee zal hebben.
Ook is deze methode geschikt om bij kinderen die zeer slecht schrijven toe te passen. Vaak wordt op deze manier de pols en zo losser gemaakt, waardoor het schrijven een stuk makkelijker afgaat, en het ook aangenamer wordt om te schrijven.
Wanneer de hersenhelften getraind worden om samen te werken, kan er een stuk van de dyslexie overgaan of vergemakkelijken.
Voor deze behandelingen kunt je terecht bij een edukinesioloog.

Dyslexie Coaching:
Dyslexie coaching is een behandelmethode die ervan uitgaat dat dyslexie wordt veroorzaakt door onverwerkte emoties.
De klachten zijn als het ware een symptoom van de onderliggende oorzaak.
In de meeste gevallen ben je je niet bewust dat je onverwerkte emoties hebt.
Je draagt de oorzaak van je dyslexie dus onbewust met je mee!
Ondanks dat deze emoties onbewust zijn, kun je er toch van af komen.
En met het oplossen van deze emoties kom je ook van jouw klachten af.

Van Gemert Therapie, training van de ogen.
Toen dyslexie nog ‘woordblindheid’ heette, had men het idee dat de oorzaak van de leesproblemen in de visuele waarneming moest worden gezocht.
De gedachte dat je met training van de oogspieren, oog bewegingsoefeningen en convergentie-oefeningen (leren je beide ogen op hetzelfde punt te richten) veel kon bereiken, komt daar vandaan.
Ook nu nog zijn er behandelaars die deze ideexebn aanhangen en speciale brillen (o.a. prismabrillen) voorschrijven.
Een nieuwe trend is het voorschrijven van gekleurde brillenglazen of van gekleurde plastic vellen die over de tekst gelegd moeten worden.


By on 14:41
10. Omgaan met een dyslectisch kind in de klas

Omgaan met een dyslectisch kind in de klas:
Voor de leraren is het belangrijk als je een kind met dyslexie in je klas hebt, om het probleem te erkennen.
Het belangrijkste is dat de leerkracht het probleem van het kind accepteert en er zoveel mogelijk rekening mee houdt.
Het is erg belangrijk dat het kind zich op zijn gemak voelt in zijn klas en dat de klas ook voor hem een veilige leeromgeving is.

Wat kan een leerkracht voor hulp bieden aan een dyslectisch kind in de klas?
1.Informatie inwinnen:
- Er verschijnen veel publicaties over dyslexie in de onderwijs- vak- literatuur, en natuurlijk op internet.
- De oudervereniging van dyslectische kinderen geeft het tijdschrift Balans uit.
- Veel logopedisten specialiseren zich op dit moment in dit onderwerp en behandelen dyslectici. Ook zij kunnen informatie geven.
- De schoolbegeleidingsdiensten (SBD’s) kunnen op concrete vragen antwoord geven.
- Ook kunnen door de SBD’s kinderen worden onderzocht en behandeld.
- En daarnaast zijn er de ouders, die vaak heel goed weten, hoe je het beste met hun kind kan omgaan.

2. Maatregelen om het leergedrag van een leerling te structureren:
- Maak duidelijke afspraken met die leerling, m.b.t. tijdsduur van een opdracht.
- Geef overzicht m.b.t. werk waaraan dagelijks, wekelijks, maandelijks gewerkt moet worden. Zet dit op papier, vertel het regelmatig.
- Geef deze afspraken ook door aan ouders en evt. invallers en directie. De dyslectische leerling heeft moeite structuren snel eigen te maken .
- Continuxefteit is dan ook een vereiste, men mag niet na een week zeggen “Nu kan hij het wel”
- De spellingsregels worden bij dyslectici niet snel geautomatiseerd. Herhaal deze regels vaak en geef ze op papier.
- Ook bijv. de tafels worden niet makkelijk geautomatiseerd. Inzichtelijke kennis gaat op een gegeven moment botsen met de verwachting van de leerkracht m.b.t. de geautomatiseerde kennis. De gevolgde methode moet misschien in een minder strakke volgorde aangeboden worden. Sta toe dat de dyslectische leerling kladpapier gebruikt, of beter nog; leer het kind kladpapier te gebruiken en attendeer hem hier regelmatig op.
- Geef het grote geheel aan waarvan de leerstof een onderdeel is. Een stuk leerstof staat nooit apart. Het is altijd een onderdeel van een groter geheel. Geef duidelijk aan waar een stuk leerstof bij hoort . De leerling kan de leerstof dan makkelijker onthouden.
- Zorg dat opdrachten goed begrepen worden. De leerling denkt vaak te snel dat hij de opdracht begrijpt. Wen hem een opdracht twee keer te lezen en laat hem vervolgens de opdracht in eigen woorden navertellen. Pas dan mag hij beginnen met de opdracht. (Het gaat hier om het herhaald lezen van een korte opdracht; indien het een grote tekst betreft, wordt de voorkeur gegeven aan een ingesproken band)
- Laat de leerling niet meedoen met dictees die ver boven zijn niveau liggen. Dit betreft ook het tempo dat mogelijk boven zijn kunnen ligt . Spreek dictees op bandjes in en laat hem die maken met cassetterecorder en koptelefoon tegelijk met de andere leerlingen.
- Geef aan wat de leerling wel en wat hij niet goed doet. Losse opmerkingen als “jij kan veel meer”, of “is dat alles wat je kan?” maar ook “goed zo”, geven hem onvoldoende inzicht in zijn sterke en zwakke kanten. Zet belangrijke punten waar hij aandacht aan moet geven op een kaart – als geheugensteun.
- De dyslectische leerling loopt de kans gexefsoleerd te raken in de klas/groep, overleg met de leerling, of het probleem in de klas besproken kan worden. Het is heel belangrijk voor de leerling niet voor dom versleten te worden. Niet de leerling is het probleem, maar de dyslexie is het probleem en dan nog vooral voor het kind zelf!

3. Maatregelen waardoor een leerling minder hinder van zijn of haar probleem ondervindt.
- Vergelijk de leerling niet voortdurend met zijn klasgenoten. Een vermindering van spelfouten in een dictee van bijv. 25 naar 13 is een winst van 50%!. Een waarderende opmerking is dan op zijn plaats.
- Beoordeel het resultaat van een opdracht. Voeg daar niet aan toe: “maar je moet nog wel wat aan je spelling doen”. Dit is ontzettend frustrerend; het is immers nooit goed.
- Werk met leerdoelen die haalbaar zijn, doelen die specifiek voor dit kind zijn geschreven.
- Laat het kind niet voldoen aan een algemene groepsnorm; Pas deze aan het dyslectische kind aan.
- Overleg met eventueel behandelende instanties, en ouders over de haalbaarheid van je norm, misschien zijn er kleine aanpassingen nodig, die erg verlichtend werken.
- Vraag niet alleen schriftelijke verwerkingen van de leerling, Mondeling kan hij vaak beter laten zien waartoe hij in staat is.
- Vermoei het kind niet nodeloos met overschrijven. Laat hem soms alleen de antwoorden opschrijven bij taal en rekenwerk.
- Geef goede gesproken informatie; immers het kind zal, naarmate hij ouder wordt, meer kennis d.m.v. lezen tot zich moeten nemen. Bij een dyslectisch kind werkt dit dus niet; een steeds groter groeiende achterstand kan het gevolg zijn.
- Besef dat een dyslectisch kind een normale of soms meer dan normale intelligentie heeft. De leerhonger die hieruit voortvloeit, moet bevredigd worden.
- Sta alle hulpmiddelen toe die lezen en schrijven kunnen vergemakkelijken. Dit kunnen zijn: kaarten met aandachtspunten, het maken van bandopnamen van uitleg die in de klas gegeven wordt, lijstjes enz.
- Zorg dat het probleem niet gexefsoleerd in de klas blijft bestaan. Werk al ruim van te voren aan het introduceren bij collega’s als het kind naar een andere groep gaat; deel je ervaringen.
- Vraag bij de blindenbibliotheek op band ingesproken lees en leerboeken. Leesboeken die geschreven zijn voor zijn leeftijd, sluiten wel aan bij zijn belevingswereld, echter niet bij zijn leesniveau. Gesproken boeken kunnen in dit geval uitkomst bieden.


By on 14:25
01. inhoudsopgave.

01. Inhoudsopgave.

02. Inleiding.
Algemene beschrijving van de inhoud van dit web log.

03. vraagstelling.
Hierin staat hoofdvraag met alle deelvragen om het antwoord op de hoofdvraag te vinden.
Dit is tevens ook een leidraad voor mijn web log.

04. Waar komt dyslexie vandaan?
Hoe kom je aan dyslexie?

05. Wat zijn de kenmerken van dyslexie?
De algemene kenmerken die dyslectische mensen kunnen hebben.

06. mijn verhaal!
Hier lees je mijn ervaringen met dyslexie, mijn verhaal vanaf de basisschool tot nu.

07. Het verhaal van Liesbeth.
Hier lees je het verhaal van Liesbeth, een klasgenootje van mij op de PABO.
Wat zijn de ervaringen van Liesbeth?

08. Enkele behandelmethoden.
Enkele behandelmethoden voor een dyslectisch kind en de ideexebn daarachter.

09. Specifieke hulpmiddelen.
Welke verschillende specifieke hulpmiddelen voor dyslexie zijn er in de loop der jaren verkrijgbaar? En hoe werk je ermee?

10. Omgaan met een dyslectisch kind in de klas:
In dit hoofdstuk enkele manieren om als leerkracht om te gaan met een dyslectisch kind.

11. Conclusie.
Het antwoord op de hoofdvraag.

12. literatuur.
Een paar boeken die ik gebruikt heb bij het maken van de web-log.


By on 11:36
09. Specifieke hulpmiddelen.

Specifieke hulpmiddelen.
hieronder enkele voorbeelden van hulpmiddelen die speciaal zijn ontwikkeld voor dyslectische kinderen en kinderen met andere taal problemen:

De Xlens:
De Xlens is een contactlens of een bril tegen dyslexie.
Die bril zou het mogelijk maken om mensen met dyslexie beter en sneller te laten lezen.
De theorie die hierachter steekt gaat uit van het wetenschappelijke feit dat de zenuwbanen waardoor de signalen van de ogen naar de hersenen lopen, bij veel mensen met dyslexie smaller is dan bij mensen die geen dyslexie hebben.
Beeld informatie wordt onvoldoende of onjuist door de hersenen verwerkt waardoor waarnemingsproblemen ontstaan.
De XLens filters verandert de informatie die via de zenuwbanen loopt.
Hierdoor wordt het beeld rustiger en verbeteren de leesprestaties beter.
De Xlens is er ook zonder sterkte en alleen met anti dyslexie werking.
Veel mensen die dyslexie hebben, hebben geen bril op sterkte nodig, die kunnen dus toch de Xlens tegen dyslexie kopen.
Vooraf moet je jezelf en je ogen wel laten testen om te kijken of die bril wel echt bij jou zou werken, want iedereen met dyslexie is toch anders.
Stel dat het werkt, heb je wel direct resultaat.

De reading pen:

De reading pen is een soort mini-computertje in de vorm van een pen.
Je strijkt het over het woord en de pen leest het hardop voor.
Er zit ook een leesvenstertje in waar het woord in staat dat je wilt lezen.
Je kunt het woord ook vergroten als je wilt en zelfs in lettergrepen verdelen.
Het hele woordenboek zit erin opgeslagen.
Een groot nadeel van deze reading pen is dat hij erg duur is. (+/- €495).

Spraakherkenning:
Spraakherkenning is een computerprogramma voor de PC waarbij je praat tegen de computer.
Via een microfoontje wordt je stem opgenomen en worden de uitgesproken woorden (klanken) vergeleken met woorden in het computerprogramma.
Terwijl je de woorden uitspreekt, verschijnt de tekst op het scherm.
Dit programma is speciaal voor de spraak en klank- letter koppeling bedoeld.

De Daisy speler.

De Daisy speler is speciaal ontworpen voor mensen met een visuele handicap of dyslexie. Op de Daisy speler kunnen speciale Daisy-roms afgespeeld worden, gesproken boeken dus.
Van vele methodes bestaan tegenwoordig al Daisy-roms.
Groot voordeel is dat er 24 uur op xe9xe9n CD-rom past.
Bij een gewone CD-rom is dit veel minder en heb je meerdere CD-roms nodig voor xe9xe9n boek.
Er zijn verschillende types met verschillende extra functies.

Luisterboeken:
Dit zijn boeken met een bandje of CD erbij waarop het boek wordt voorgelezen.
Zo kunnen de kinderen luisteren naar een verhaal en meelezen tegelijk.
Deze kun je altijd lenen bij de bibliotheek lenen.
Deze zogenaamde luisterboeken kunnen een leuk en stimulerend hulpmiddel voor kinderen met dyslexie zijn, het maakt het lezen wel aangenamer.
Deze luisterboeken zijn trouwens voor alle kinderen.

18 January 2006
By on 17:40
6. Mijn verhaal!

Mijn verhaal!
Naam: Cindy van Dijk.
Leeftijd: 21 jaar.
Beroep: 3e jaars studente aan de PABO Thomas More.

1. Komt dyslexie nog bij iemand anders in jouw familie voor?
Bij mij kun je heel duidelijk zien dat Dyslexie erfelijk is.
In mijn vaders kant van de familie zijn veel mensen Dyslectisch namelijk:
- De oma van mijn vader: kon niet lezen en schrijven, moest voorgelezen worden.
- Mijn tante, (zus van m’n vader).
- Mijn vader, vermoedelijk: Hij leest erg traag, vooral als hij moet voorlezen. Hij is heel technisch en creatief met zijn handen.
- Mijn 2 xbd jaar oudere zus: Zij leest niet bijzonder traag maar had vroeger veel moeite met spelling, vreemde talen enz. Op school was ze ook met meerdere vakken best traag. Ze is heel technisch en creatief!

2. Wanneer werd dyslexie bij jou ontdekt? En hoe?
Ik was eigenlijk altijd een gewone leerling, en kwam goed mee in groep 3 en 4.
Nou ja zo leek het: het lezen wilde bij mij al moeilijk op gang komen.
Maar de leerkrachten van groep 3 en 4 zeiden dat dat allemaal wel goed zou komen.
In groep 5 was mijn moeder leesmoeder en het viel erg op dat die kinderen uit mijn klas allemaal heel anders lazen dan ik, veel sneller.
Mijn moeder is heel veel naar school geweest om te vragen of er niet iets aan gedaan kan worden.
In groep 6 werd er eigenlijk wat aan mijn leesachterstand gedaan en ze hadden het vermoeden dat ik inderdaad dyslectisch was.
Ik kreeg als huiswerk, rijtjes en verhaaltjes lezen en moest dat aftekenen op een kaart.
Ook moest ik edukinesiologie oefeningen doen, dat was zei men, om de twee hersenhelften te stimuleren en beter te laten samenwerken. (meer over edukinesiologie staat in hoofdstuk 8 van deze web- log beschreven).
Ik moest thuis en op school luie achtjes draaien en de kruisloop doen.
Toen ging ik verhuizen en ik moest in groep 7 naar een andere school.
Op die school wilde ze mij in eerste instantie niet in groep 7 plaatsen omdat ik met lezen ongeveer in AVI niveau 3 of 4 zat.
Mijn moeder is toen in gesprek gegaan met de directeur van die school en die is zelf ook dyslectisch.
Toen is de afspraak gemaakt dat ze het zouden aankijken en als het niet lukte zou ik voor de kerst nog terug gezet worden naar groep 6.
Die directeur had toen tegen mij gezegd: “dyslexie hoeft helemaal geen probleem te zijn hoor, kijk maar naar deze meester, die is nu directeur van de grootste basisschool van Nederland.”
Toen we bij het gesprek vandaan kwamen had ik tegen mijn moeder gezegd: “Als die man directeur kan worden, kan ik ook juf worden!”
Op die basisschool ging het heel erg goed.
In groep 7 werd ik geobserveerd en werden er testjes met me afgenomen door mensen van de onderwijsbegeleidingsdienst.
Toen alles goed bleek te gaan kon ik gewoon blijven in groep 7.
Met rekenen was ik zelfs zo goed dat de leerkracht zei dat ik beter kon rekenen dan hem.
Ik ben daar in twee jaar ook zoveel geholpen, eind groep 8 had ik AVi niveau 8 bereikt.
Ik ben voor het advies van de middelbare school nog officieel getest op dyslexie, en daar kwam uit wat we eigenlijk al wisten.
Maar met een dyslexie verklaring en advies HAVO kon ik mooi naar de middelbare school.

3. Ervaringen op de basisschool.
Gelukkig heb ik niet zoveel nare ervaringen.
Het voorlezen voor de klas maakte me heel erg onzeker.
Ik had echt het gevoel dat ik wel door de grond kon zakken.
Ook het lezen in AVI groepen was in groep 8 een ramp omdat ik als enige van de klas nog niet AVI uit was en ik zat bij allemaal jongere kinderen.
Ze hadden de oudste al bij elkaar gezet en dan nog zat ik bij een jongetje uit groep 6 en de rest uit groep 5. Vreselijk!!
Ik haatte lezen, uit de klas gehaald worden, overal langzaam in zijn en het anders zijn dan anderen.

4. Werd er op de basisschool wat gedaan aan jouw dyslexie?
Hierboven beschreven.

5. Ervaringen op de middelbare school.
De middelbare school waar ik heen zou gaan had mooie beloften, maar niks daarvan was waar.
Er is niets gedaan aan mijn dyslexie en ik kreeg soms zelfs geen extra tijd, want niet alle leerkrachten waren er goed van op de hoogte.
Toetsen kreeg ik vaak niet af en dat ging dan van mijn cijfer af.
Ik had nog steeds een hekel aan lezen voor de klas en al helemaal als je van de leerkracht even de tijd kreeg om iets te lezen wat we daarna zouden bespreken.
Ik was dan pas op de helft en dan gingen we het erover hebben, dus ik werd een ster in alles globaal lezen en een idee krijgen waar het over gaat.
Ook mijn talen waren een ramp, allemaal onvoldoendes.
Ik wist al dat ik lerares wilde worden en had helemaal geen zin in de tweede fase enzo, toen heb ik besloten om met het overgangsbewijs van de 3e naar de 4e van de havo, naar het MBO te gaan.
Daar volgde ik met gemak de opleiding Onderwijsassistent waar ik veel meer in de praktijk bezig was.

6. Werd er op de middelbare school wat gedaan aan jouw dyslexie?
Nee.

7. Hoe ervaar je je probleem nu in het algemeen en op de PABO?
Nu heb ik vele manieren voor mezelf gevonden om met mijn dyslexie te leven en eigenlijk heb ik er daardoor niet meer zo heel veel last van.
Op de PABO moeten we wel erg veel lezen en leren.
Het voordeel is dat ik nu ook zoveel zelf kennis heb en de voordelen van dyslexie gebruik om de nadelen te compenseren.
Leren doe ik bijvoorbeeld door het boek door te lezen en tegelijkertijd aantekeningen te maken.
Ik ben heel visueel ingesteld en ik zie dus tijdens tentamens die aantekeningen letterlijk voor me, ik weet soms zelfs op welke blz. het antwoord stond.
Ook met woorden heb ik vaak dat ik het een keer heb gezien en zo voor me kan halen hoe ik het moet schrijven.
Verder type ik best langzaam omdat het me niet lukt om blind te typen en met meerdere vingers dan met twee.
In de eerste haalde ik rekenen eigenvaardigheid in een keer zonder te leren, maar de tafels bijvoorbeeld zijn bij mij nog steeds niet geautomatiseerd, ik ken ze wel allemaal hoor!!
Met Nederlands had ik meer moeite, maar heb ik na hard leren toch gehaald met een 8.3!!

8. Denk jij dat je een goede leerkracht kun zijn, ondanks het feit dat je dyslectisch bent?
Ja, Ik denk dat ik juist op het gebied van dyslexie er voordeel bij heb, dat ik die kinderen als leerkracht beter kan begrijpen.
Ook herken ik de problemen eerder, en zal ik altijd proberen om te kijken naar de positieve kant van het kind en die te gebruiken.

17 January 2006
By on 19:50